HNW, maar wie zit er bij de speeltuin?
mei 2011
Afgelopen zondag, na een echte kibbelpartij met mijn partner over rolpatronen (we hebben alweer 18 jaar een gezinnetje, maar soms is het toch ‘jij bent altijd weg’, ‘in het weekend ben ik voortdurend met hem bezig’) ging ik extra nieuwsgierig een stuk in de krant lezen over het nieuwe werken (het heeft al een afkorting, HNW). Het stuk werd aangekondigd met ‘HNW maakt einde aan knellende rolpatronen’.
Nu ga ik de oplossing lezen dacht ik nog. Maar toen ik een vrolijke moeder bij de speeltuin zag wist ik alweer genoeg. En het artikel zelf ging vooral over het nadeel van apenrotsen. Over knellende rolpatronen ben ik niet wijzer geworden, behalve dat het woord carrièrebitches kennelijk in een adem genoemd mag worden met pappadagen.
Dat woord bestond gelukkig nog niet toen mijn man en ik 18 jaar geleden allebei 4 dagen gingen werken. Door ‘HNW’ is inderdaad een vermenging van privé en werk mogelijk, en dat maakt het leven flexibeler. Maar is de mogelijkheid van het combineren van zorgtaken en betaald werk daarmee echt flexibeler geworden, of bevestigt het alleen maar de oermoeder, degene die alles maar weet te combineren? Voorlopig heb ik Wouter Bos, de held van de pappadagen, nog niet met een laptop in de speeltuin gezien.
HVN-ers, ik weet het soms allemaal niet meer. Gelukkig stond er op dezelfde pagina in de krant een no-nonsens interviewtje met zo’n bitch. Het ging over inhoud. En aan het eind over moedertrots. Alleen trots.
